Easterly, The Elusive Quest for Growth gelezen.
William Easterly is een econoom die werkt voor de Wereldbank, en zich
afvraagt waarom er zo weinig terecht is gekomen van de ontwikkelingshulp
in de afgelopen decennia. Hij benadert deze vraag vanuit de economie:
welke theorieeen of hypotheses lagen ten grondslag aan de wijze van
hulpverlening, en waarom mislukte dit? Klopte de theorie niet, of speelden
ook andere factoren?
Easterly hamert vooral op de onjuistheden van de theorieen. Hij behandelt
achtereenvolgens het idee dat de ontwikkelingslanden simpelweg kapitaal
tekort kwamen, het idee dat ze hoogwaardige technologie tekort kwamen, het
idee dat ze opleidingen en kennis tekort kwamen, het idee dat de bevolkingsgroei het
probleem was, het idee dat ze leningen moesten krinjgen om "adjustments'
te doen, en het idee om schulden kwijt te schelden.
Hij veegt ze allemaal aan de kant. Meestal overtuigend, in een enkel geval
wat makkelijk, bijvoorbeeld als het om Mankiws ideeen over
opleidingsbehoefte gaat.
Daarna doet hij uit de doeken waar de problemen echt zitten. Hij hamert op
het stellen van de juiste "incentives". Want ook mensen in
ontwikkelingslanden, ook ambtenaren en politici daar reageren op
incentives, en niet alleen op goede bedoelingen. (En het geldt ook voor de
gevers van ontwikkelingshulp, hoewel Easterly daaraan weinig aandacht
besteedt.)
De vicieuze cirkel van gebrek aan kennis, armoede etc komt aan de orde. De
mogelijkheden die technologie bieden. De problemen van slecht bestuur en
corruptie. De problemen die het gevolg zijn van een door klasseverschil of
etnische afkomst verdeelde samenleving. En ook gewoon pech.
Vooral in zijn beschrijving van de institutionele problemen en de gevolgen
van een verdeelde samenleving is Easterly overtuigend. (Het is natuurlijk
mogelijk dat ik dat vind, omdat ik een voorkeur voor
public-choice-economie heb.)
Easterly verlucht zijn boek met tussen de hoofdstukken gevoegde cursief
gedrukte intermezzi, illustrerende verhaaltjes over "echte mensen" in de
derde wereld. Voor mij voegen deze intermezzi weinig toe.
Maar toch: een leuk, goed leesbaar boek, met toch echte economie. En
geschreven met enthousiasme, dat is duidelijk.
Toch een opmerking: op bladzijde 55 zegt Easterly dat bij een transitie
met schaars kapitaal (volgens mij bedoelt hij: schaarse kapitaalgoederen)
de rente op kapitaal hoog moeten zijn. Uit het feit dat dit niet het geval
is, leidt hij af dat kapitaalschaarste niet het probleem is. Volgens mij
is dat te simpel: het is mogelijk dat kapitaalgoederen schaars zijn, maar
kapitaal zelf niet. In dat geval zal de rente juist laag zijn.
Bovendien: Easterly neemt aan dat een hoge return on investment in
kapitaalgoederen automatisch een hoge rente meebrengt. Maar er zijn in
feite vier mogelijkheden om die hoge return te verdelen: de
kapitaalverschaffer inderdaad, de eigenaar, de verkoper van
kapitaalgoederen en natuurlijk de werker. In de praktijk zal er een
evenwicht ontstaan, waarbij de kapitaalverschaffer niet de enige zal zijn
die er voordeel van boekt.
No comments:
Post a Comment