In 1994 waren mijn vrouw en ik op vakantie in Griekenland. We zaten aanvankelijk in
een niet bijzonder toeristies plaatsje op het schiereiland ten noorden van
het schiereiland waarop Athene ligt, ik meen dat het Euboia is (of
zoiets).
Maar er waren nog enkele toeristen. Die leerde je vanzelf kennen doordat
er een kade langs het water was, en daar at je 's avonds. Verder was er
niks, en direct achter het dorp begonnen de heuvels met wat schaapskuddes.
Bij die toeristen was ook een ouder nederlands echtpaar (tegen de 60). We
spraken die af en toe, en het bleek dat zij daar elk jaar kwamen. Rustig,
zo echt grieks, enzovoort, enzovoort. Met als hoogtepunt dat ze dan
speciaal ook op bezoek gingen bij een schaapherder, een heel eenvoudige
man, maar toch een heel goed contact, een echte vriend, etc. (Ik geloof
dat zij enigszins grieks spraken.)
Ik heb het altijd wat moeilijk bij dit soort onthullingen. Misschien is
het echt zo, maar het lijkt me emotionele kitsj. Ik heb er maar heel
begrijpend op geknikt. Heel mooi, heel echt.
Ik moet hieraan denken bij de nieuwe serie opnames van John Eliot Gardiner van de cantates van Bach. Het zijn ongetwijfeld uitstekende opnamen, maar de CD's hebben hoesjes waarop steeds een Zeer Authentiek Persoon staat. Een Oude Vrouw In Een Nepalees Bergdorp Met Een Hoofddoek. Dat werk.
Het zijn heel mooie foto's, daar niet van. Maar ze ergeren mij wel. Ze geven een (bedoelde) suggestie van alomvattende humaniteit, spritualiteit en authenticiteit die volgens mij gratuit is.
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment